Waar gaat de Bhagavad Gita over?
De Bhagavad Gita beschrijft het gesprek tussen Krishna en Arjuna op het moment dat twee legers tegenover elkaar staan om een veldslag te beginnen. Arjuna is een geduchte krijger die al in menige veldslag de sterkere is gebleken. Hij vraagt Krishna die zijn wagenmenner is om zijn strijdwagen tussen de twee legers in te plaatsen zodat hij kan overzien wie met hem vechten en wie tegen hem zijn. Als hij zijn tegenstanders ziet, waaronder zijn leraar Drona, grootvader Bhisma en andere familieleden en vrienden, zinkt hem de moed in de schoenen. Hij vertelt Krishna dat hij niet kan vechten tegen zijn familie en vrienden. En terwijl Krishna zwijgend luistert, gooit Arjuna zijn wapens neer en zegt: ‘Ik vecht niet’.
Arjuna vertegenwoordigt ieder van ons zoals we in het dagelijks leven zijn. Krishna is het hogere Zelf, de essentie van elk mens. De strijd die op het punt staat te beginnen gaat over de innerlijke strijd die begint op het moment dat het hogere in ons het op moet nemen tegen onze alledaagse gewoontes, egoïsme en het streven naar materieel gewin. Alles wat ons bindt aan de materiële en vergankelijke wereld wordt vertegenwoordigd door de Kaurava’s onder aanvoering van prins Duryodhana, het ego. Arjuna is de middelste van de Pandava broers die de hogere eigenschappen uitbeelden en die gezamenlijk staan voor spirituele kracht.
In de Bhagavad Gita vertelt Krishna waar het in het leven werkelijk om gaat en hij legt aan Arjuna, dus ook aan ons, de wetten van het leven uit die je kunnen helpen het geluk te vinden. Dat kan dat soms confronterend zijn want we hebben gewoonten ontwikkeld en gehechtheden die we moeilijk los kunnen laten, zoals Arjuna het ook moeilijk vindt om tegen de Kaurava’s te vechten.
Het bijzondere van de Bhagavad Gita is dat iedereen op de vragen die hij/zij heeft, persoonlijke antwoorden kan vinden.
Ben je benieuwd geworden naar de cursus? Klik dan hier voor een kijkje in hoofdstuk 1.
Voor alle praktische details over de cursus klik hier